Van bakfietsmaffia tot burendiner

mijn stage tussen yup en Jordanees

‘Je bent gek. De stad? Dat is niets voor mij. Geef mij maar platteland.’ Dat was wat ik je een aantal jaren geleden gezegd zou hebben. Maar nu zit mijn stage bij de Noorder erop, en voel ik me in hartje Amsterdam inmiddels toch wel thuis. Bijna tien maanden lang mocht ik een kijkje nemen in al de mooie dingen die er in de Jordaan en in de rest van Amsterdam gebeuren. Ik heb de Noorder mogen ervaren als een ontmoetingsplek voor de vele verschillende mensen die er in Amsterdam rondlopen, een ontmoetingsplek in het hart van Amsterdam, maar waarbij er in de gemeenschap ook ontmoetingen in de rest van de stad ontstaan.

Opgroeiend op het platteland had ik nooit gedacht dat ik in de stad terecht zou komen, dat ik er stage zou gaan lopen, laat staan dat ik er zou gaan wonen. Maar deze keuze was er één waarvan ik zeker geen spijt heb. Het theedrinken met de dames die naar de Hightea kwamen, het burendiner waarbij de hele zaal uit volle borst meezong met ‘geef mij maar Amsterdam’, ontmoetingen met de daklozen, verdiepingsavonden met millennials, het zijn dingen die me allemaal bij zullen blijven. Niet persé de hapjes bij de thee, de overheerlijke Indonesische maaltijd of de activiteiten op zichzelf, maar de ontmoetingen met de mensen des te meer. Ontmoetingen met de oude Amsterdammers die al hun hele leven hier in de Jordaan wonen, ontmoetingen met de daklozen die de Jordaan voor deze mensen schoonhouden, ontmoetingen met millennials die in de Noorder een plek vinden waar ze zich thuis voelen, in al die ontmoetingen mocht ik iets zien van hoe God aan het werk is in de stad en waar Hij mij de afgelopen tijd voor in wilde zetten. Op veel verschillende vlakken heb ik mogen leren en mogen groeien, en daar ben ik dankbaar voor.

Tijdens de gesprekken met buurtbewoners, die ik onder andere voerde voor mijn onderzoek, vond ik het mooi om te horen hoe de Noorder als een open en gastvrije plek wordt gezien. Als Noorder willen we dat ook graag zijn, een open en gastvrije plek, een huiskamer in de Jordaan, een huis waar mensen zich thuis mogen voelen, waar ze gewoon kunnen binnenlopen voor een bakje koffie of thee en voor een praatje. Het idee van een huiskamer slaat bij veel buurtbewoners aan. In een tijd waar mensen best op zichzelf leven, blijven mensen behoefte hebben aan relaties, aan ontmoetingen en omzien naar elkaar. En hoewel je je ergens thuis kunt voelen als je alleen bent, hoop ik van harte dat je je thuis mag ervaren als een plek waar je anderen ontmoet, waar je je gezien mag voelen en waar je mag bouwen aan je relaties.

Voor mij is de Noorder zo’n thuis geworden de afgelopen tijd. Een thuis waar ik God en anderen mag ontmoeten. Mensen, hoe verschillend ook, komen samen in de kerk, oud en jong, overal vandaan, mensen met heel verschillende achtergronden, op zoek naar zin of gewoon naar lekkere koffie. De verbinding tussen al die verschillende groepen, bijvoorbeeld tussen yuppen en oude Jordanezen, blijft een uitdaging. ‘Soort zoekt soort’, en daar heb ik zelf ook de neiging toe. Ik zie echter ook de waarde van de onderlinge verbinding. Juist in de ontmoeting met mensen die ik normaal niet zo snel zou tegenkomen en waarmee ik misschien wel het meest verschil, heb ik het meest geleerd. Voor die onderlinge verbinding willen we ons als Noorder de komende tijd graag extra inzetten. Want de yuppen die door de oude Jordanezen gekscherend de ‘bakfietsmaffia’ genoemd worden? In mijn ontmoeting met hen lijken ze me zo gek nog niet…

Rozelinde Hoogendijk

Previous Post

Related Posts

Leave a Reply