Na vanaf 2013 elke twee maanden een bijdrage geleverd te hebben, verscheen afgelopen week in de Nieuwe Koers mijn laatste column. 

CRI DE COEUR 

In deze laatste column spreek ik eenvoudigweg mijn hart uit. Niet om wie dan ook weg te zetten, maar elkaar een denkduwtje te geven. In het verlangen dat levend geloof zal overleven in deze tijd van geestelijke verwarring. Op hoop ook dat wij bij alle verscheidenheid samen al meer gaan voor het ene Bijbels principe: dat ieder op de eigen plek in het brede kerkelijk spectrum onderscheidt waar het op aankomt. Ik zoom in op een drietal bewegingen.

In refo-kringen worden de touwtjes al strakker aangetrokken, met het doel te houden wat je hebt. Begrijpelijk, want verlies daarvan, zo heeft de praktijk intussen geleerd, leverde lang niet altijd winst op voor het Koninkrijk van God. Wat ik echter niet goed snap is de vaak oppervlakkige aanpak: het hameren op beproefde vormen, alsof daarmee de inhoud gered zou zijn. Waarom de kerkelijke agenda niet aangepast om in plaats van puntjes op de i te zetten op de knieën te gaan – liefst zo letterlijk mogelijk ten teken dat het ons ernst is! – en te belijden dat het onszelf van geen kanten lukt een nieuwe generatie in te winnen voor het beste wat er te krijg is. Om dan in één adem door te roepen – desnoods met je verstand omdat het geen uitstel lijden kan – om de beloofde Geest over jongeren en ouderen, Die doet wat wij niet kunnen: zó overtuigt en inwint dat God het vertrouwen en de eer krijgt die Hem toekomt!

De hausse van bewegingen als die van Mozaïek, Doorbrekers en Hillsong plugt naar eigen zeggen in op de belevingscultuur. Om te redden wat er te redden valt. De intentie is oprecht, het geloof is groot, de zekerheid straalt ervan af. De remedie om de malaise te boven te komen is eenduidig: ga staan in de overwinning van Jezus! Succes lijkt verzekerd, het Zijne komt onder handbereik: genade en Geest met daarbij veel genezing en profetie. De performance van voorgangers, de eigentijdse muziek en het persoonlijke getuigenis helpen om van elke samenkomst een inspirerend feest te maken. Ik besef heel goed dat de aantrekkingskracht die hiervan uitgaat mede te maken heeft met de nogal ingetogen aanpak en daarom soms inhoudsarme diensten in doorsnee-kringen van gereformeerde signatuur. Daar blijft dus óók het nodige huiswerk te maken! Tegelijk vraag ik me af of het ingezette trio van performance, muziek en beleving op den duur opgewassen is tegen de voortwoekerende secularisatie van het hart. Wat als de ballon van beleving leegloopt of als beloofde genezing en vervulling van prachtige profetieën uitblijft? Waarom niet wat bijbelser en eerlijker gesproken over raadsels en moeite? Levend geloof heeft toch ook te kampen met de diepte en Gods verborgenheid? En is een schreeuw of zucht, zoals die van Job, niet soms de hoogste vorm van aanbidding?

Tot slot is er een toenemende vrijage met twijfel, die vooral oppopt op podia waar serieus werk gemaakt wordt van het ‘nieuwe geloven’. Nee, met existentiële twijfel is niets mis. Zo waar God nooit voor de hand ligt, blijft het een metgezel van ieder die overtuigd raakte. Daarover dus geen misverstand! Maar als we te slim en/of te lui zijn geworden om de oeroude worsteling van Jakob aan te gaan, met God om God, en het intussen beter denken te weten dan iedereen, werkt dat eerder destructief dan constructief. Het gevaar dat dit op den duur geestelijk gezien een slappe hap wordt, is niet denkbeeldig. Mag het om wille van Gods zaak wat fermer en vromer?

Met deze cri de coeur zeg ik tegen alle lezers: A Dieu!

Paul Visser