Aantrekkelijke orthodoxie

Zondagavond. We zitten met een paar twintigers bij elkaar. Eens per maand komen we samen. We bespreken thema’s die hen raken en die ze zelf aandragen – over prestatiedruk, milieu en genderidentiteit, bijvoorbeeld. Deze keer is de groep kleiner dan anders. Maar dat maakt het gesprek eigenlijk alleen maar boeiender. We duiken in elkaars biografie, in hun zoeken naar God, in hun kronkelwegen qua geloof en kerk én hoe de Noorder hun pad is gekruist. En onafhankelijk van elkaar geven ze aan dat juist het orthodoxe karakter van deze gemeente hen heeft aangetrokken. En dat is best “grappig”, want als je naar hun bio’s luistert, dan is dat verre van vanzelfsprekend.

Wat hen dan aantrekt? De één heeft de nodige kerken in Amsterdam bezocht. ‘Ze zijn allemaal zo politiek… soms is het net alsof ik bij een congres van D66 zit, waarbij het belangrijker is hoe over gender wordt gedacht, dan over God. Als ik dat had gezocht, had ik me wel bij een politieke, of maatschappelijke organisatie aangesloten. Ik zoek iets anders. Ik kom naar de kerk, omdat ik hoop dat God en de Bijbel serieus worden genomen en dat ik van daaruit een kritische spiegel voorgehouden krijg om vervolgens mijn leven vorm te  kunnen geven.’ In gedachten ga ik terug naar een onderzoek ‘kerk en twintigers’. Daarin werd aangegeven dat millenials zoeken naar groepen met een sterke identiteit. ‘Durf te zijn wie je bent. Zeg maar waar je voor staat. En geef maar aan wat je van mij verwacht. Dan heb ik de vrijheid om te besluiten of ik me daarbij aan wil sluiten.’ Ik check het… en inderdaad, dat is precies wat ze bedoelt.

De ander heeft ook het nodige “geshopt”, van pinkstergemeente tot een kerk met een sterke liturgische traditie. Maar wat ze daar allemaal miste was: ‘Fear God!’ Ze voelde instinctief aan dat je over God moest spreken als de Heilige, omdat je Hem nooit in je broekzak kunt hebben. Zodra dat laatste gebeurt, is Hij gestopt God te zijn. En ze voelde ook aan dat je het kwaad in de wereld en de mens serieus moest nemen. Er is kwaad, gruwelijk kwaad… en echt geloof leert je daarmee te dealen. En opnieuw verzink ik even in gedachten. We staan immers aan het begin van de stille week. Zonde (een woord wat ik niet graag gebruik), kwaad en gebrokenheid zijn zo sterk en worden zo serieus genomen, dat Jezus ze aan het kruis meedraagt. Ik wil niet te “zwaar” spreken in het missionaire werk, omdat ik bang ben dat dat drempels opwerpt. Maar hier zit een twintiger tegenover me, die me met de neus op de feiten drukt: ‘Dit is realiteit. En het mooiste van God en de Bijbel is dat ze deze realiteit serieus nemen. Juist op dit punt heb je als christelijke kerk de wereld iets te bieden!’

Als je niet beter zou weten, zou je denken dat dit uitspraken zijn van twee jongeren op de Bible-belt, maar dat is geenszins het geval. Het zijn zoekers die ergens in een orthodox verhaal een enorme aantrekkelijkheid ervaren. En die me zo met mijn neus op de feiten drukken: missionair zijn we als we getuigen van de missie van Jezus, die alles volbracht!

Previous Post

Related Posts

Leave a Reply